BEVRIJD

30 april 1945

Vandaag was er goed nieuws in de vroege morgen; het geluid van paarden en rijdende trucks. Tijdens het appèl waren de meesten van de Volksstürmeenheid (jong en oud), collaborateurs en hun vrouwen zich aan het voorbereiden om te vertrekken. Zo was er het meelijwekkende gezicht van een oude, eenvoudige man en vrouw die vervoer probeerden te regelen, wat niet lukte.
Na de appèloproep moesten wij loopgraven graven. Het hele kamp was een zee van activiteit geworden, gravend met Klimblikjes (poedermelkblikjes), pikhouwelen en emmers.

De ontploffingen begonnen om 12 uur ’s middags in de nabijgelegen Flakschool. We liepen naar de Flak-school om de resterende pakketten weg te halen voordat ze beschadigd zouden raken. Het was me een gezicht om te zien hoe gevluchte vrouwen en kinderen zich rond de pakketten hadden verzameld, een tafereel dat je hart brak. De Duitsers waren zich aan het volproppen en dronken om weer wat aan te sterken. Allemaal probeerden ze te vertrekken met alle mogelijke vormen van transport, paard, kar, fietsen en te voet. Het gerucht gaat dat ze vanochtend allemaal vertrokken zullen zijn. We horen nog steeds ontploffingen, met de Russen op zo’n 30 mijl (48 km) hiervandaan.

1 mei 1945

De Duitsers vertrokken om middernacht. Om vijf uur vanmorgen stonden wij op wacht. Eén wacht zag drie treinen in de buurt, de laatste daarvan reed achteruit naar Barth.
Enkele schuiten en ook enkele vliegtuigen verlieten de stad. De witte vlag hing aan de
vlaggenmast. Russische tanks zouden in Barth zijn aangekomen en de burgemeester zou zich hebben overgegeven. Later pleegde hij zelfmoord. "We" zouden het vliegveld bezet hebben.

De middelgrote Duitse bommenwerper He-111K steeg er op. Een vliegtuig beschoot vanmiddag het veld. We zagen vier Duitse vrouwen een barak plunderen. Enkele Duitse soldaten, inclusief majoor Steinhauer en ongeveer twintig vrouwen bleven achter. De hoogste geallieerde officier uit het kamp, kolonel Zemke, rijdt rond in een auto met een witte en rode vlag.

Mijn grootste plezier is om naar de BBC te luisteren. Ik verwacht dat binnen 72 uur de vrede zal worden afgekondigd. Wat een nacht! Toen hoorden we van de vooruitgeschoven
wacht van de Russen, dat ze hier om 22.25 uur zouden aankomen. De krijgsgevangenen werden gek van vreugde. De volgende mededeling was, dat we hoorden van de dood van
Hitler. Ik heb 48 uur niet geslapen. Ik zal deze laatste uren nooit vergeten!"

De bevrijding van Tully

Op 15 mei 1945 ging Tully zijn vrijheid tegemoet met de laatste vliegtuiglading krijgsgevangenen van Stalag Luft 1.

Tully verhaalde uitvoerig over zijn herinneringen aan de bevrijding.

Tully woog nog maar 93 pond toen hij na de oorlog thuiskwam. Hij worstelde met vele demonen en behield de rest van zijn leven maagklachten. Hij ontwikkelde een maagzweer tijdens zijn gevangenschap en twee derde van zijn maag moest na de oorlog worden weggenomen. De rest van zijn maag volgde in 2000 toen hij maagkanker kreeg. Daarna leefde hij op sondevoeding.

O.D. Tully

Roger George Christensen

Roger werd op 5 maart 1920 in Marne, Iowa, geboren. Roger werd op 7 april 1942 bij de luchtmacht ingeschreven in Fort Des Moines, Iowa, hij werd tweede luitenant. Op de B-17 was hij navigator en zat voor in het toestel. Na de crash op 1 december 1943 kwam hij als krijgsgevangene in Sta;lag Luft 1 terecht, compound North 1 te Barth. Na de oorlog trouwde hij op 10 oktober 1945 met Megan Mary Davies uit London. Zij kregen een zoon Robert (Bob) en twee dochters: Susan en Terri.

Roger George Christensen