TOESPRAAK ANTON DEN OUDEN NL. EN ENG. VERSIE

Als negenjarige jongen was ik op 1 december 1943 aan het vissen in de rivier de Lek nabij café Schoonzicht.

Plotseling werd ik opgeschrikt door heel laag voorbij vliegende vliegtuigen, welke elkaar al schietend achtervolgden.
Snel heb ik dekking gezocht tussen stalen masten van schepen die daar waren opgeslagen.
Daarna weer snel terug, om te kijken waar ze gebleven waren.

Ze verdwenen uit zicht, en ik hoorde alleen nog lawaai en schieten aan de overkant van de rivier.
Dus de hengel gepakt en weer verder vissen.

Maar ze kwamen terug, nu nog lager en met nog meer lawaai, dus snel weer dekking zoeken tussen de masten.
Toen de vliegtuigen voorbij waren ben ik snel weer gaan kijken tot ze nabij scheepswerf “Van Duijvendijk” uit het zicht verdwenen.
De bommenwerper heb ik niet meer terug gezien, maar de kleine jager vloog in het rond.

Snel de vishengel gepakt en met een inmiddels natte broek naar huis.
Daar kwam voor mij het slechte nieuws, ik mocht van mijn moeder niet meer vissen in de rivier.

ENGELSE VERTALING:

As a nine year old boy, I was fishing on December 1st, 1943 in the Lek river, near the Schoonzicht bar.

Suddenly I got startled by very low flying planes, shooting at each other in pursuit.
I quickly took cover under some steel masts of ships, who were stored near the river.
I went back to the side of the river, to see where they went.

They disappeared out of sight, and I only heard some noise and shooting from the other side of the river.
So I picked up my fishing-rod and started fishing again.

But they came back, flying lower and with more noise, so I took cover again under the masts.
When the planes past by, I quickly took a look, until they disappeared when they were near the “Van Duijvendijk” ship yard.
I didn’t see the bomber anymore, but the small fighter was still flying around.

I quickly took my fishing-rod and went home with wet pants on.
There came the bad news, my mother didn’t allow me to go fishing in the River again.