Toespraak J.M. Sweany, zoon van Luitenant 2e klasse James William Sweaney. ENG. EN NL. VERSIE

ENGELSE VERSIE:

I would like to thank the good people of Nieuw-Lekkerland for this wonderful memorial to the crew of the Mission Belle. We are truly amazed that after all these years, your community would remember and honor these brave men with this beautiful monument.

We're also very pleased to meet the other families of the Mission Belle crew who cherish the memories of their valiant loved ones. World War II brought out the worst of human behavior, but also the best that we can be. In this fast paced world we live in, it's heartening to meet people who respect their history and remember the sacrifices made in the defense of freedom.

The Mission Belle was part of the famous Eighth Air Force. Half of the U.S. Army Air Force's casualties in World War II were suffered by the Eighth Air Force (more than 47,000 casualties, with more than 26,000 dead). During this conflict, Eighth Air Force personnel were awarded seventeen Medals of Honor, as well as 220 Distinguished Service Crosses, 442,000 Air Medals and of course, numerous Purple Hearts.

One of the tasks given the Eighth Air force was the destruction of the German war machine. The 381st Bomb Group was an important part of this, sending wave after wave of bombers to attack the German factories producing war materials. The Mission Belle was shot down on mission #46, after bombing the important ball bearing factories in Leverkusen, Germany.

Like many survivors of war, my father spoke very little of his days as a bomber pilot and prisoner of war until late in his life. He finally opened up a little to my mother, who put together a biography about his life as an aviator. This description of the last flight of the Mission Belle is taken from his story.

Approaching the target, anti-aircraft fire took out engine #3. After dropping her bombs, the Belle desperately headed for the English Channel and safety, losing altitude while fiercely pursued by German Me 109's. The plane was shot up badly, killing tail gunner Healy. Pilot Sunde was wounded so badly that co-pilot Sweaney had to take over, flying out of Germany and ultimately ditching the plane safely in the River Lek. The last Me-109 flew past the downed plane with a wing waggle and salute. The German pilot was identified later as Uffz. Albert Brett, also credited in German records with downing a Spitfire, P-38 and P-47.

Dutch men rescued the survivors who were struggling to get out of the quickly sinking aircraft. Pilot Sunde and turret gunner McCutchen, incapacitated and in shot up Mae West life vests, were swept away and drowned. The others made it into a rubber dingy and Dutch boats, and were carried safely to shore. Unfortunately, the Nazi’s, knowing right where they were, soon came and took the survivors. After days of questioning, they were shipped via train to prison camps in the north and east of Germany. Officers Sweaney, Tully, and Christensen were held in Stalag Luft 1 near Barth for the duration. Carano, England, Josephson, and Culver were sent to Stalag 17-B near Krems, Austria. Generally, the Germans treated officers much better than enlisted men.

POW Camp life was much like the portrayals we've seen in movies. Mostly boring, lots of idle time, cold and drafty quarters, poor clothing and sanitation and very little food. Both American and British officers were held here. The Brits maintained strict military discipline, saluting, uniforms and all, while the Americans were much more casual. All were serious about their duty to resist. Numerous escapes were attempted, and mischief and general sabotage of the camp was common. The Americans delighted in finding ways to annoy their German guards, who were for the most part, elderly men and young boys.

As grim as it was, camp life was not without it's humor. Dad told Mom this very funny story (paraphrasing her words),

"Camp sewage was collected by a horse drawn tank wagon with a large hose connected. At the front of the tank was a large pot with a spring loaded lid. The driver would run the hose to the sewage bunker, pour a pint of benzene into the pot and light it. The resulting explosion would blow the pot lid open which would then clang shut, creating a vacuum which would suck the sewage up with a big slurping sound. The funny part was the horse, who knew exactly what was going to happen. When the wagon stopped, he would get nervous and antsy. At the moment of the explosion, the wagon would bounce about in cloud of dust and the horse would rear snort and buck. Then, he would calm down and the wagon would go on to the next station."

In April of 1945, the Germans left quietly and Stalag Luft 1 was liberated by Russian troops who quickly moved on to the front. The prisoners received orders to wait for the Americans, who landed transport planes at a nearby airfield. They were flown to holding camps along the coast near Le Havre, known as the Cigarette Camps. My father was assigned to Camp Lucky Strike. After a few weeks, the troops were transported back the USA via Victory Ships. Dad came home in June, 18 months after the last flight of the Mission Belle.

In closing, we give thanks again to the brave men of the Mission Belle and for all those gallant souls who chose to fight for freedom. We are truly grateful to our Dutch hosts and friends for the honor of this beautiful monument.

NEDERLANDSE VERTALING:

Ik zou de goede mensen van Nieuw-Lekkerland willen bedanken voor dit geweldige gedenkteken, opgedragen aan de bemanning van de Mission Belle. Wij zijn werkelijk verbaast dat na zoveel jaren, jullie gemeenschap deze dappere mannen willen herinneren en eren met dit mooie monument.

We zijn ook zeer tevreden om de andere families van de Mission Belle bemanning te ontmoeten, die de herinneringen koesteren van hun dappere geliefden. De Tweede Wereldoorlog bracht het slechtste voort in het menselijk gedrag, maar ook het beste wat we kunnen zijn. In deze snelle wereld waar we nu in leven, is het hartverwarmend om mensen te ontmoeten die hun geschiedenis respecteren en de offers herdenken die ter verdediging van de vrijheid zijn gemaakt.

De Mission Belle was deel van de beroemde Achtste Luchtmacht. De helft van het aantal slachtoffers van de U.S. Army Air Force in de Tweede Wereldoorlog waren van de Achtste Luchtmacht (meer dan 47,000 slachtoffers, met meer dan 26,000 gesneuvelden). Gedurende dit conflict, het personeel van de Achtste Luchtmacht, werd bekroont met 17 Medals of Honor, alsmede 220 Distinguished Service Crosses, 442,000 Air Medals en uiteraard zeer veel Purple Hearts.

Een van de taken gegeven aan de Achtste Luchtmacht was de vernietiging van de Duitse oorlogsmachine. De 381e Bombardements Groep was een belangrijk deel van dit, groep na groep van bommenwerpers daarheen sturen om de Duitse fabrieken aan te vallen die oorlogsmateriaal maakten. De Mission Belle werd neergeschoten tijdens missie 46, na het bombarderen van een belangrijke kogellager fabrieken in Leverkusen, Duitsland.

Zoals vele overlevenden van de oorlog, mijn vader sprak zeer weinig over zijn dagen als piloot van een bommenwerper en krijgsgevangene tot veel later in zijn leven. Hij stelde zich eindelijk een beetje open tegenover mijn moeder, die daarmee een biografie samenstelde over zijn leven als vliegenier. De omschrijving van de laatste vlucht van de Mission Belle is van dit verhaal afkomstig.

Het doel naderend, luchtafweergeschut schakelde motor 3 uit. Nadat ze haar bommen had gedropt, ging de Belle in wanhopige toestand richting het Kanaal en veiligheid, hoogte verliezend terwijl ze zwaar werd achtervolgd door Duitse Messerschmitt Bf-109's. Het toestel was behoorlijk beschadigd en de staartschutter Healy gedood. Piloot Sunde was zo zwaargewond dat copiloot Sweaney het moest overnemen, Duitsland verlatend en uiteindelijk het vliegtuig redelijk veilig neer te zetten in de Lek. De laatste Messerschmitt Bf-109 vloog langs het neergeschoten toestel met wiegelende vleugels als saluut. De Duitse piloot bleek later Uffizier Albert Brett te zijn, hij schoot volgens Duitse bronnen ook een Spitfire, P-38 en P-47 neer.

Nederlandse mannen redden de overlevenden die met moeite uit het snel zinkende vliegtuig konden komen. Piloot Sunde en buikschutter McCutchen, zwaargewond en met doorgeschoten Mae West reddingsvesten, dreven weg en verdronken. De anderen haalden hun enige rubberboot of Hollandse boten en werden veilig aan de kant gebracht. Helaas, de Nazi’s, die wisten waar ze waren, kwamen snel en namen ze gevangen. Na enkele dagen te zijn ondervraagd, werden ze via de trein naar krijgsgevangenenkampen in het noorden en oosten van Duitsland gebracht. De officieren Sweaney, Tully, en Christensen werden in Stalag Luft 1 vlakbij Barth gevangen gehouden, voor de rest van de oorlog. Carano, England, Josephson, en Culver werden naar Stalag 17-B vlakbij Krems, Oostenrijk. De Duitsers behandelden de officieren doorgaans veel beter dan de dienstplichtigen.

Het leven in een krijgsgevangenenkamp leek veel op wat we in films hebben gezien. Meestal saai, veel tijd om niets te doen, koude en tochtige vertrekken, slechte kleding, afvalverwerking en zeer weinig eten. Amerikaanse en Britse officieren werden daar gevangen gehouden. De Britten onderhielden een zeer strakke militaire discipline, salueren, uniformen en zo, terwijl de Amerikanen veel gemoedelijker waren. Maar ze waren wel allemaal zeer serieus over hun plicht om verzet te bieden. Vaak werden er ontsnappingen geprobeerd, en baldadigheid en sabotage in het kamp kwam vaak voor. De Amerikanen waren verrukt als ze manieren vonden om hun Duitse bewakers te ergeren, die meestal oude mannen of jonge jongens waren.

Hoe grimmig het ook was, het leven in het kamp had ook zijn humor. Mijn vader vertelde mijn moeder dit zeer grappige verhaal (volgens haar verhaal),

"Rioolwater van het kamp werd verzameld door een tankwagen met een lange slang, getrokken door een paard. Aan de voorkant van de tank zat een grote pot met een geveerde deksel. De rijder bracht de slang naar de rioolbunker, goot een pint met benzeen in de pot en stak het aan. De explosie die daarop volgde, blies het deksel open, waarna die weer dicht sloeg, een vacuüm creërend die het afval omhoog trok met een luid slurpend geluid. Het grappige hieraan was dat het paard, precies wist wat er ging gebeuren. Als de wagen stopte, werd hij nerveus en draaierig. Tijdens de explosie, de wagen stuiterde in een wolk vol stof en het paard brieste en bokte. Daarna werd het paard kalm en ging het naar de volgende halte."

In april van 1945, de Duitsers vertrokken in alle stilte en Stalag Luft 1 werd door de Russische troepen bevrijd en die gingen verder naar het front. De gevangenen kregen orders om te wachten totdat de Amerikanen met transporttoestellen landden op een nabij gelegen vliegveld. Ze werden naar opvangkampen langs de kust bij Le Havre gebracht, ook wel de Sigaretten Kampen genoemd. Mijn vader werd naar het Lucky Strike kamp gebracht. Na enkele weken werden de troepen terug naar de Verenigde Staten gebracht via de Victory Ships. Vader kwam thuis op 18 juni, 18 maanden na de laatste vlucht van de Mission Belle.

Als laatste geven we nogmaals onze dank aan de dappere mannen van de Mission Belle en voor al die ridderlijke mensen die kozen om voor onze vrijheid te vechten. We zijn zeer dankbaar voor onze Nederlandse gastheren en vrienden voor de totstandkoming van dit mooie monument.

Toespraak door J. Sweaney (kleinzoon van de copiloot).

Luitenant 2e klasse James William Sweaney
2 januari 1923 – 24 maart 2011
California
Copiloot
Dit was zijn eerste vlucht in zijn carrière